Techniek
Hoe werkt een CVT?
Twee poelies met variabele diameter en een band of ketting ertussen.
CVT staat voor Continuously Variable Transmission. In plaats van tandwielparen heeft een CVT twee poelies: een primaire aan de kant van de motor en een secundaire aan de kant van de wielen. Elke poelie bestaat uit twee kegelvormige helften. Door die helften met oliedruk naar elkaar toe of van elkaar af te bewegen, verandert de werkzame diameter.
Tussen de poelies loopt een duwband van stalen segmenten op stalen ringen, of een ketting. Wordt de ene poelie groter, dan wordt de andere kleiner. Zo verandert de overbrenging traploos en houdt de bak de motor in het meest gunstige toerental. De duwband is overigens een Nederlandse vinding, met zijn oorsprong in de Variomatic van DAF.
Om de band niet te laten slippen, klemmen de poelies hem met grote kracht vast. Die klemkracht wordt hydraulisch geregeld. Alles hangt dus af van de juiste oliedruk en de juiste olie. Om weg te rijden gebruiken de meeste CVT's een koppelomvormer, sommige een lamellenkoppeling.